Opties
- Als nieuw markeren
- Bladwijzer
- Abonneren
- Dempen
- Abonneren op RSS-feed
- Markeren
- Afdrukken
- Ongepaste inhoud melden
op 11-08-2008 17:06
rustiek' (een rustieke omge-
ving; -2. boers; ruw, onbeschaafd; -3. in zijn natuurlijke
toestand gelaten; bestaande uit grondstoffen in die toe-
stand: rustiek hout, gedraaid, kromlopend zoals van na-
ture: een rustieke wandelstok, bank, balustrade, van rus-
tiek hout, van boomtakken en schors; een rustiek ge-
bouwtje; - (bouwk.) rustiek werk (ten onrechte ook aan-
eengeschreven), waarbij de natuursteen en bossage be-
werkt is, in zware blokken in nagenoeg ruwe toestand
regelmatig op elkaar liggend, vooral in de onderbouw
van zware gebouwen; ook rustica genoemd.
bron: Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, elfde, herziene druk, door prof.dr.G.Geerts en dr. H.Heestermans met medewerking van dr.C.Kruyskamp.
ving; -2. boers; ruw, onbeschaafd; -3. in zijn natuurlijke
toestand gelaten; bestaande uit grondstoffen in die toe-
stand: rustiek hout, gedraaid, kromlopend zoals van na-
ture: een rustieke wandelstok, bank, balustrade, van rus-
tiek hout, van boomtakken en schors; een rustiek ge-
bouwtje; - (bouwk.) rustiek werk (ten onrechte ook aan-
eengeschreven), waarbij de natuursteen en bossage be-
werkt is, in zware blokken in nagenoeg ruwe toestand
regelmatig op elkaar liggend, vooral in de onderbouw
van zware gebouwen; ook rustica genoemd.
bron: Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, elfde, herziene druk, door prof.dr.G.Geerts en dr. H.Heestermans met medewerking van dr.C.Kruyskamp.

